» Nieuws 

Kwaliteit van verpleging bepaalt kwaliteit van zorg, Prof. Rianne de Wit

18-02-2008

Om de patiënt daadwerkelijk centraal te stellen in de zorg, dient een vertegenwoordiger van de verpleging in de raden van bestuur en het zorgmanagement zitting te nemen, zodat deze kan meebeslissen over beleid. Verpleegkundigen staan immers het dichtst bij de patiënt. Dat stelt Rianne de Wit in haar oratie, waarmee zij onlangs het ambt aanvaardde van hoogleraar in de Verplegingswetenschap, in het bijzonder de verpleegkundige aspecten van zorgprocessen aan de Universiteit Maastricht.

In Nederland werken meer dan 400.000 verpleegkundigen en verzorgenden in de gezondheidszorg. Daarmee vormen zij de grootste beroepsgroep. De kwaliteit van de verpleging bepaalt de kwaliteit van zorg, stelt De Wit. Maar de kwaliteit van de verpleegkundige zorg staat onder druk. ‘Al jarenlang wordt er bezuinigd op het aantal en de kwaliteit van de verpleegkundigen, zowel in de ziekenhuiszorg als daarbuiten. Stijgt het aantal patiënten dat een verpleegkundige verzorgt, dan neemt het aantal complicaties toe en het aantal patiënten dat na opname overlijdt. Ook het opleidingsniveau van de verpleegkundigen bepaalt de kwaliteit zorg. Door de inzet van hoger opgeleide verpleegkundigen neemt de sterftekans af. Bezuinigen op het aantal en de kwaliteit van de verpleegkundigen is onverstandig, zolang deze niet gepaard gaan met een meer efficiënte wijze van werken.'
Patiënt centraal

Ziekenhuizen vinden het belangrijk dat de patiënt centraal staat. ‘Maar de afgelopen jaren zijn verpleegkundigen, die zo dicht naast de patiënt staan, een minder prominente rol in het beleid en bestuur van ziekenhuizen gaan innemen. In raden van bestuur en het management zijn verpleegkundigen steeds minder vertegenwoordigd. Om de patiënt daadwerkelijk centraal te stellen in de zorg, dient een vertegenwoordiger van de verpleging in hun gelederen te worden opgenomen die kan meebeslissen over het beleid. Dat betekent het herinvoeren van de verpleegkundige directeur en het uitbreiden van managers met een verpleegkundige opleiding', aldus De Wit. De wetenschap van de verpleging is nog jong. Onderzoek naar het signaleren van zorgproblemen als pijn, ondervoeding, doorliggen (decubitus), vallen, incontinentie, acute verwardheid, en dergelijke en het adequaat interveniëren dragen in belangrijke mate bij aan de kwaliteit van zorg. Onderzoek naar zorgprocessen binnen de verpleging wordt slechts door enkele onderzoeksgroepen in Nederland uitgevoerd, waaronder de vakgroep Verpleging en Verzorging van de Universiteit Maastricht. Daarbij staat de wetenschappelijke onderbouwing van het verpleegkundig handelen centraal. Niet tradities en rituelen, maar wetenschappelijke principes vormen de basis voor beslissingen bij het uitvoeren en evalueren van verplegen. Daarmee kunnen enorme verbeteringen in de zorg worden gerealiseerd. Om de groeiende groep ouderen en patiënten met een chronische aandoening adequaat te kunnen verzorgen, is uitbreiding van het onderzoek naar zorgproblemen noodzakelijk. Om deze kennis te ontwikkelen en innovaties in de zorg in te voeren zijn meer master opgeleide verpleegkundigen nodig die werkzaam zijn in de zorg, vindt Rianne de Wit.

‘Door een nauwe verwevenheid te creëren tussen wetenschap en de verpleegkundige praktijk, kan de zorg verbeteren. Het is van groot belang dat in de komende jaren het aantal master opgeleide verpleegkundigen wordt uitgebreid.' Rianne de Wit is hoogleraar Verplegingswetenschap bij de Vakgroep Verpleging en verzorging van de Faculty of Health, Medicine and Life Sciences van de Universiteit en tevens bij de stafgroep verpleging van het stafdirectoraat Zorg en Leren van het academisch ziekenhuis Maastricht.

Bron: Universiteit Maastricht, 20 november

 

« Terug naar het nieuwsoverzicht