» Nieuws
'Een luisterend oor, steun en troost'
18-02-2008
Interview met nurse practitioner Cora Braat van Daniel den Hoed
Kun je een paar praktische veranderingen noemen sinds jullie najaar 2007 het nieuwe Transmurale Zorgprogramma Palliatieve Radiotherapie hebben ingevoerd?
Wanneer kankerpatiënten naar ons toe komen voor een palliatieve bestraling, betekent dat vaak dat hun ziekte plotseling is verergerd. Soms gebeurt het ook dat uitzaaiingen van kanker eerder aan het licht komen dan de oorspronkelijke bron van de ziekte. In zulke situaties raken patiënten behoorlijk uit hun evenwicht. Ze ervaren de overgang in hun ziekte - transitie - als een overval en de impact ervan is enorm. Het bieden van goede informatie over ziekte, behandeling en eventuele bijwerkingen is dan belangrijk, maar misschien nog belangrijker is een luisterend oor, steun en troost.
De zorg van artsen en radiotherapeutisch laboranten is gericht op het behandelen, waarbij soms ook snelheid geboden is. Ruimte voor een gesprekje is er dan niet. Met de invoering van het zorgprogramma is dat veranderd, mede door de komst van een nurse practitioner, degene die de patiënt nu door het traject heen begeleidt, zodat hij altijd een vast aanspreekpunt heeft.
Een andere verandering is de invoering van het transmurale overdrachtformulier. Als een patiënt die in een ander ziekenhuis is opgenomen, naar ons komt voor bestraling, komt niet diens hele zorgdossier mee. Toch is het prettig bepaalde informatie over de patiënt te hebben, bijvoorbeeld of hij pijn heeft en welke medicatie hij daarvoor krijgt. Hiervoor gebruiken we nu het overdrachtformulier, zodat de arts en verpleegkundige van de afdeling waar de patiënt ligt opgenomen in korte bewoordingen de gewenste of noodzakelijke informatie aan ons kunnen overdragen en wij onze bevindingen weer kunnen terugkoppelen.
Zijn de veranderingen ook echt verbeteringen?
Absoluut! Met name voor de patiënt. Maar het heeft ook de samenwerking binnen onze afdeling verbeterd. Voorheen hadden bijvoorbeeld verpleegkundigen en laboranten weinig met elkaar te maken. Door het project blijkt dat we elkaar goed kunnen aanvullen in de zorg voor de patiënt. Hetzelfde geldt voor de samenwerking met de ziekenhuizen die de patiënten naar ons verwijzen. Een door ons ontwikkeld verpleegkundig protocol voor de verzorging van patiënten met een dreigende dwarslaesie bieden wij aan de collega's elders aan, waarmee we dus expertise overdragen en delen.
Merken de patiënten er wat van en hoe reageren ze?
De patiënten vinden het heel fijn dat iemand even speciaal bij ze komt zitten en alleen al even vraagt hoe het met ze gaat. Dat is een van de taken van de nurse practitioner en daarnaast gaat ze in op specifieke vragen op medisch en verpleegkundig terrein. Het neemt een stukje onzekerheid weg. Met de patiënt worden vervolgafspraken gemaakt, zodat er ook op een later tijdstip gelegenheid is om op dingen terug te komen. En soms gaat het om het regelen van heel praktische zaken, zoals de inzet van een wijkverpleegkundige of van hulpmiddelen.
Kun je het zorgprogramma ook aanraden aan andere ziekenhuizen?
Vooraf hebben we natuurlijk rondgekeken in vakbladen en navraag gedaan in andere ziekenhuizen of er voor zulke patiënten een soortgelijk zorgprogramma bestond. Dat bleek niet zo te zijn. Dus met de kennis en ervaring die wij met het zorgprogramma opdoen moeten we andere ziekenhuizen zeker kunnen helpen. De zorgen en vragen waar patiënten mee kunnen zitten zijn immers niet uniek voor ons ziekenhuis, ze lijken op elkaar, of je nu behandeld wordt voor kanker, COPD of hartfalen. Op een bepaald moment kan de patiënt te maken krijgen met een transitie in ziekte waarop geanticipeerd moet worden. Overdracht en continuïteit van zorg is daarbij belangrijk. Wij hopen dus dat het zorgprogramma gebruikt kan worden in andere ziekenhuizen, vooral op afdelingen radiotherapie die net als wij palliatieve patiënten poliklinisch behandelen!
Zie voor meer informatie zorgprogramma radiotherapie
« Terug naar het nieuwsoverzicht